De enquete van Domela Nieuwenhuis Afdrukken

Heren en Arbeiders 

Via Google Books stuitte ik op het boek "Heren en Arbeiders: In de Vroege Nederlandse Arbeidersbeweging 1870 - 1914" (Johanna Maria Welcker, van Gennep 1978). Dit boek is voor een groot deel geweid aan de resultaten van een door Domela Nieuwenhuis  uitgevoerde enquete naar de leef- en werkomstandigheden van Nederlandse arbeiders. En... één van de mensen die de enquete had ingevuld was J. Boxma uit Smilde!

Hoewel ik eerst hoopte dat het hier over mijn betovergrootvader Jochem Boxma zou gaan, bleek het om Jelle Boxma te gaan, zoon van Jochem Boxma en Hillechien Witvoet. Voordat ik aan zijn antwoorden begin eerst nog even iets over de enquete.

Totstandkoming van de enquete 

Deze arbeidersenquete van 1880 was één van de eerste initiatieven in Nederland die diende om een inventarisatie te maken van van lonen en werktijden in een bepaalde streek of tak van industrie. Het is waarschijnlijk de enige enquete die door een particulier op landelijke schaal is gehouden en kwam waarschijnlijk door de interesse van Domela Nieuwenhuis in cijfers en statistieken. Hij werd hierbij duidelijk geinspireerd door de enquete van Marx. De enquete verscheen o.a. in zijn blad Recht voor Allen op 30 oktober 1880 (jaargang II, nummer 35). Totaal kwamen er 58 antwoorden binnen, waarvan opvallend veel van Drentse veenarbeiders die hiervoor een losse circulaire gebruikten. Het invullen van de enquete was niet niks: ten eerste moest men het belang van de enquete inzien en de moeite nemen om over de 63 vragen na te denken. Het vereiste een zekere mate van abstract denken om te kunnen beoordelen welke vragen van toepassing waren op de eigen situatie, en een kritische instelling tegenover eigen werk. Ten tweede moest men niet bang zijn om de eigen levensomstandigheden aan een buitenstaander kenbaar te maken. In deze tijd was het wantrouwen tegen alles wat niet direct ui tde eigen vertrouwde omgeving kwam groot.

Het is de vraag of alle arbeiders zelf de enquete hebben ingevuld, of dat ze een beroepsschrijver hebben ingeschakeld. Dit beteket niet dat ze zelf niet konden schrijven, maar door de zware arbeid en lange dagen kan het schrift onduidelijk of beverig geweest zijn. Bovendien zal het grote aantal vragen de mensen hebben afgeschrikt. Het toont in elk geval het belang dat de arbeider er aan hechtte: naast het briefpapier, de inkt en de porto kostte dit hem zuurverdiend geld.

De 12 arbeiders uit Smilde

Het hoge aantal antwoorden uit Smilde was waarschijnlijk te danken aan het feit dat hun werkgever Dr. H. Hartogh Heijs van Zouteveen een bekende was van Domela Nieuwenhuis. Heijs van Zouteveen stamt uit een rijk Delfts geslacht en promoveerde in Leiden in 1864 op 'Bijdragen tot de Statistiek van Drenthe'. Zijn liefde ging echter uit naar natuurwetenschap en en hij werd lector in de zoologie. Waarschijnlijk omdat hij een aanhanger van de afstammingstheorie van Darwin was werd hij gepasseerd voor een hoogleraarschap. Hij vertrok naar Californie, waar hij landontginning op grote schaal beproefde. Maar hij leed aan jicht en keerde terug naar Nederland. Hij vestigde zich in Assen met zijn uit Smilde afkomstige vrouw Maria Elisabeth van der Veen.  De familie van Maria Elisabeth (Kniphorst) bezat veel land in de omgeving van Smilde, zodat Heijs van Zouteveen zijn hobby van landontginning kon voortzetten. Heijs van Zouteveen en Domela Nieuwenhuis kwamen elkaar waarschijnlijk tegen op het Internationale Vrijdenkerscongres in Brussel in 1880. Dat heeft er waarschijnlijk toe geleid dat hij voor zijn arbeiders de circulaire aanvroeg en de beantwoording ervan stimuleerde. Toen Domela Nieuwenhuis in 1881 voor Asser werklieden sprak, logeerde hij bij Heijs van Zouteveen.

Zoals gezegd zijn vanuit Smilde 12 antwoorden binnengekomen, waarvan er één door twee personen was ondertekend. Zes van de arbeiders gaf op voor Hartogh Heijs te werken, en anderen werkten voor de combinatie mevr. van der Veen (-Kniphorst) en H. Hartogh Heijs van Zouteveen, haar schoonzoon. Veenbaas was J. Pals en de opzichters waren Pool, de Weerd en Kazemier. Opmerkelijk is dat iedereen zich arbeider noemde, terwijl alle andere antwoordgevers zich werkman noemde.

Het Deyssel archief

Hoewel de antwoorden nooit direct zijn verwekt tot een resultaat, zijn ze waarschijnlijk wel gebruikt door Domela Nieuwenhuis in andere publicaties. Van Deyssel (K. J. L. Alberingk Thijm) schreef Domela Nieuwenhuis op 2 augustus 1886 een brief dat hij een studie wilde maken van 'de sociaal-demokratische beweging in verband met het volksleven, namelijk het leven der laagste standen hier te lande". Van Deyssel was van plan hierover een roman te schrijven. Tijdens een ontmoeting die kort daarop volgde moet Domela het dossier aan van Deyssel (waar hij dus veel vertrouwen in gehad moet hebben) hebben overhandigd.
Het zou kunnen zijn dat de antwoorden hem teleurstelden, of dat hem de tijd ontbrak om er zelf iets mee te doen. Van Deyssel heeft het boek overigens nooit geschreven. In het dossier dat Domela Nieuwenhuis in 1886 aan van Deyssel gaf, was geen enkele ordening te bespeuren, behalve dat de antwoorden van de veenarbeiders nog bijelkaar zaten. Hoewel sommige antwoorden op goedkoop papier geschreven waren, is de staat  van de papieren nog goed.
Op deze manier is de enquete bewaard gebleven en heeft dhr. H. Prick, beheerder van het Lodewijk van Deyssel-archief deze beschikbaar gesteld voor het boek "Heren en Arbeiders".

Antwoorden van Jelle Boxma uit Smilde

1. Wat is uw ambacht? [naam en adres]
Arbeider. [J. Boxma te Smilde]

2. Zijt ge in dienst bij een kapitalist of bij een vereeniging? Noem ze.
Bij een Kapitalist.

3. Hoeveel personen zijn er in het werk? van welken leeftijd en welk geslacht?
Werkende met 40 perzonen Van 20 tot 60 jaren.

4. Op welken leeftijd worden kinderen aangenomen?
[geen antwoord]

5. Hoeveel opzichters en beambten zijn er, die geen gewone gesalarieerden zijn?
4 Opzichters zijnde Pals Veenbaas Voor Mvr Van der Veen Voor Dr H H Heijs van Zouteveen Pool de Weerd en Kazemier.

6. Zijn er leerjongens en hoeveel?
[geen antwoord]

7. Werkt uw patroon alleen voor de klanten der plaats, voor de binnenlandsche markt of voor den buitenlandschen uitvoer?
[geen antwoord]

8. Is de werkplaats in de stad of buiten?
Werkplaats buiten.

9. Voldoet uw industrieele arbeid om van te leven, of doet ge er landbouwwerk bij?
Arbeid om van te leven.

10. Werkt ge met de hand of met de machine?
Handen arbeid.

11. Gebruikt men de stoom als beweegkracht?
[geen antwoord]

12. Geef een beschrijving van het technisch deel van uw werk, de inspanning er van?
Graven zijnde turf en ande grondwerken.

13. Geef een beschrijving van de werkplaats uit het oogpunt der gezondheid; ventilatie, temperatuur, vochtigheid, inademing van stof, beste kamers en zindelijkheid?
-

14. Bestaat er toezicht op de gezondheid der werkplaatsen?
[geen antwoord]

15. Komen er bijzondere ziekten voor in uw vak?
[geen antwoord]

16. Zijn de machines zoo, dat alle ongelukken voorkomen worden?
[geen antwoord]

17. Hoe is het met de verlichting?
[geen antwoord]

18. Zijn in geval van brand de middelen om te vluchten voldoende?
[geen antwoord]

19. Hoe handelt uw patroon met de arbeiders bij ongeval?
Bij geval van bijzondere ongelukken word in hun onderhouwd voorzien.

20. Bij huiswerk beschrijf den staat van uw werkkamer? Wordt gij geholpen door anderen (vrouw en kinderen)?
[geen antwoord]

21. Hoeveel uren werkt gij per dag en per week?
7 Uuren per dag.

22. Hoeveel vrije dagen hebt ge?
-

23. Wanneer zijn de schafttijden?
Schoft van 10 tot 11 uur.

24. Wordt de maaltijd binnen of buiten de werkplaats genomen, regelmatig of niet?
-

25. Werkt men gedurende de schafttijden?
[geen antwoord]

26. Is er nachtarbeid?
-

27. Hoelang werken kinderen onder de 16 jaren?
Zoodra hunne krachten het toelaten.

28. Zijn er scholen voor de kinderen in uw vak?
[geen antwoord]

29. Welke regelementen bestaan er voor te laat komen?
-

30. Hoe is het met overwerk?
-

31. Hoeveel tijd verliest ge bij het gaan naar en komen van de werkplaats?
[geen antwoord]

32. Zijt gij aangenomen per dag, per week, per maand?
Per dag.

33. Op welke voorwaarden kunt gij weggaan of weggezonden worden?
-

34. Welke straf staat er op kontraktbreuk?
-

35. Werkt gij de bepaalde tijden of geregeld het heele jaar door? Als gij bij tijden werkt, hoe leeft ge dan tusschen in?
Werkende t geheele jaar door behalve vorst en onweer.

36. Wordt ge betaald met tijdloon of bij 't stuk?
Naar tijdloon.

37. Als gij betaald wordt met tijdloon, geschiedt dit per uur of per dag?
Betaald per dag.

38. Is er extraloon voor overwerk?
[geen antwoord]

39. Hoe bepaalt men het stukloon?
Het stukloon van turfgraven per dagwerk f 7,50 a f 8,00.

40. Maakt men bij stukloon aanmerkingen op de kwaliteit, om het loon te korten?
Bijzondere aanmerkingen worden niet gemaakt.

41. Hoe wordt gij betaald? hoe lang is het krediet van den patroon voor den arbeid?
Betaald per week.

42. Hebt ge opgemerkt dat het te laat van betaling u dikwijls dwingt om naar den lombard te gaan en geld te krijgen tegen hooge interest? of schulden te maken? weet ge gevallen waar arbeiders hun loon verloren door failliet?
[geen antwoord]

43. Wordt het loon betaald door den patroon of door tusschenpersonen?
Betaald door tusschenpersonen.

44. Hoe hoog is uw loon in geld? hoe hoog dat van vrouwen en kinderen?
Loon per dag 60, a 70 Cents.

45. Hoe hoog is het hoogste loon in uw werkplaats in de laatse maand? en het laagste?
Hoogste 60 cents en het laagste.

46. Hoe hoog het hoogste loon bij stukwerk? en het laagste?
[geen antwoord]

47. Wordt het loon geheel in geld uitbetaald of anders?
Betaald in geld.

48. Wat zijn de prijzen van:
a. huur, reparatie, assurantie, aankoop en onderhoud van meubilair, verlichting, verwarming, water;
b. voeding: brood, groente, aardappelen, melk, eieren, boter, koffie, bier, tabak, vleesch, vet;
c. kleeding, bewassching, zeep;
d. andere uitgaven als: briefport, schoolgeld, papier, bladen, kontributies;
e. onkosten veroorzaakt door uw bedrijf;
f. belasting.
a. huur enz f 30 gl.
b. brood melk boter koffij tabak ezv f 100 Gl.
c. kleeding wassching ezv 40 Gl.
d, e, f -

49. Geef een wekelijksch of jaarlijksch budget van inkomsten en uitgaven.
[geen antwoord]

50. Hebt gij een grooter stijging van levensmiddelen opgemerkt dan van loon?
[geen antwoord]

51. Geef de loonsverandering in uw tijd op.
12 a 13 weken 1,50 per dag Overigens 70 a 60 cents per dag.

52. Meldt de loonen in tijden van stilstand. En in goede tijden.
[geen antwoord]

53. Weet ge van arbeiders, overbodig geworden door de invoering van machines?
[geen antwoord]

54. Is de duur en het vermoeide van den arbeid vermeerderd of verminderd door de ontwikkeling der machines?
[geen antwoord]

55. Hebt gij gewone arbeiders gekend, die op hun 50ste jaar konden uitscheiden om van hun verdiend geld te leven?
-

56. Hoe lang kan gemiddeld een arbeider in uw vak arbeiden?
Zoolan hij de krachten heeft die het werk vereischen.

57. Bestaan er ook weerstandskassen? Zend de reglementen daarvan.
[geen antwoord]

58. Hebben er ook wel eens werkstakingen plaats gehad en met welke gevolgen?
[geen antwoord]

59. Weet ge van gevallen, dat de arbeiders gesteund zijn door de regeering tegen onwettige handelingen en exploitatie?
[geen antwoord]

60. Bestaan er in uw vak ziekenfondsen, begrafenisbussen, enz.? Zendt de reglementen.
-

61. Is het toetreden vrijwillig of gedwongen? Staat ze onder toezicht van den patroon?
[geen antwoord]

62. Bestaan er cooperatieve vereenigingen in uw vak? Hoe zijn ze ingericht? Gebruiken zij arbeiders evenals kapitalisten?
[geen antwoord]

63. Hoe is de toestand der arbeiders in uw vak lichamelijk, geestelijk en zedelijk?
-


Nog enkele aantekeningen

Een zus van Jelle Boxma, Gooiske Boxma, was getrouwd met Willem Strijker. Willem was ook een van de antwoordgevers. Het zou kunnen zijn dat men de antwoorden een keer samen op een avond bij een van de families thuis heeft opgeschreven.

Verder vond ik onder de antwoordgegevers van Smilde Anne de Vries die zelf ondertekende. Deze Anne de Vries kreeg leen zoon Hendrik. Hendrik trouwde met Anna Mast en hun zoon Anne de Vries kennen we als de bedenker van Bartje.

De opzichter Jan Pals was geboren op 28 juli 1858 te Smilde. Hij was een zoon van Frerik Roelofs Pals en Jacobje Guit. Een zuster van Frerik Roelofs Pals was Jantje Roelofs Pals was de vrouw van antwoordgever Anne de Vries.

En zo zou je waarschijnlijk nog wel even verder kunnen gaan..

  ml>