De naam Boxma Afdrukken

Het is niet met zekerheid te zeggen waar de naam Boxma vandaan komt. De eerste keer dat ik een mogelijke verwijzing naar de oorsprong van de naam Boxma vond, was bij het huwelijk van Douwe Boksma en Annigje Jacobs Bisschop op 14 maart 1816: in de huwelijksbijlagen zat het uittreksel van het doopregister van de gemeente De Knijpe dat Douwe vermeld als vader van Jochem Douwes de Bok.

Hier ligt dus duidelijk de oorsprong van de naam Boxma. De naam ´de Bok´ is niet lang daarna veranderd in ´Boksma´. Omdat de ambtenaren van de burgelijke stand in Smilde waarschijnlijk de link met 'Bok' niet meer konden maken en het in die tijd mode was om een 'ks' klank als 'x' te schrijven is het dus Boxma geworden.

De vraag is dus waar de naam 'de Bok' op slaat. Hiervoor zijn volgens mij drie mogelijkheden. Een vierde mogelijkheid voor de verklaring van de naam Boxma valt volgens mij gelijk af. Dat is de vernoeming naar een persoon Bok of Bokke, een voornaam die in Friesland wel voorkwam. Deze voornaam heb ik tot nu toe niet gevonden in de stamboom, en de naam 'de Bok' duidt daar ook niet op.
De volgende opties blijven dus over:

Verwijzing naar een dier

Dit zou kunnen. In de omgeving van de Knipe werden veel geiten (en bokken) gehouden. Jochem zou zich naar deze dieren genoemd kunnen hebben. Een aanwijzing daarvoor is er echter niet.

Verwijzing naar een buurtschap

Jochem Douwes en zijn gezin woonden in de Knipe, waar ook Bontebok aan grenst. Bontebok is ontstaan rond een sluis waar een herberg, de 'Bonte Bok' was gevestigd. Deze herberg stond op de kruising van het voetpad Nieuwehorne - Gorredijk met de Schoterlandse Compagnonsvaart. Het zou kunnen zijn dat Jochem zich daarom 'van de Bok' of 'de Bok' noemde.

bontebok_detail

Op deze foto staat de herberg te Bontebok (ook op het uithangbord zichtbaar).

Verwijzing naar een vaartuig

Een bok was in die tijd een veelgebruikt vaartuig, en Jochem Douwes zal waarschijnlijk ook wel een gehad hebben. Het zou kunnen zijn dat hij zich daarom 'de Bok' noemde, omdat hij er erg veel gebruik van maakte?

Foto van een bok, genomen in de Knipe

Het is dus nog niet precies bekend waar de naam vandaan komt. Het meest logisch is misschien de verwijzing naar het buurtschap Bontebok. Op de herberg in Bontebok hing vroeger een uithangbord met daarop een Bok, dus uiteindelijk kom je toch weer op het dier terecht.. Er waren vroeger wel meer van dit soort namen in gebruik, zoals bijvoorbeeld Bontekoe.

Rijmpje

Op de website van de Digitale Bibliotheek der Nederlandse Letteren (http://www.dbnl.org/) staat vermeld dat uithangtekens meestal door een rijmpje geillustreerd werden en als voorbeeld wordt het uithangbord van de herberg te Bontebok genoemd:

Vrienden ik ben een bok
Een bok ben ik geheeten
Menigeen is een bok
Maar hij wil 't niet weten

Dit rijmpje valt nog steeds te lezen bij de bok die op het schoolplein vanBontebok staat.

De bok voor de school in Bontebok

Andere Boxma's

Alle Boxma´s die ik tot nu toe gevonden heb waren afstammelingen van stamvader Jochem Douwes (geboren op 20 juli 1763). Er is nog wel een kleine tak Boksma's uit Friesland (met een k) die niet te linken is en waarschijnlijk ook geen familie. Ook ben ik een paar advertenties tegengekomen uit Amsterdam, waarvan hieronder een voorbeeld.

001w

Het blijkt hier echter om Remelia Bokma te gaan, die op 20 mei 1841 te Weststellingwerf trouwt met Jacobus van der Schaaff. Op de een of andere manier is ze later in Amsterdam de naam Boxma gaan voeren.

Verder zijn op de oude begraafplaats van Magelang op Java twee graven te vinden. De eerste heeft het volgende opschrift:

Hier rust
Adriana Elisabeth Loze
geboren Boxma
overleden
den 8sten December
1857 te Magelang

Adriana Elisabeth Boxma was gehuwd met wagenmaker Théophile Loze. Ik heb van deze Adriana verder nog geen gegevens gevonden, dus weet ook niet of ze bij 'onze familie' hoort. Misschien familie van Remelia?

Iemand die niet in het straatje past, maar wel de oudste Boxma die ik gevonden heb is Simon Boxma. In de archieven van de gemeente Amsterdam wordt hij genoemd als stadsmeestermetselaar van Amsterdam in de periode van 1734 tot en met 1746. In 1736 koopt hij een huis met erf aan de Noorderstraat noordzijde tussen de dwarsstraat en de Vijzelstraat (vermeld in het register van kwijtscheldingen).
Dit is de oudste vermelding van de naam Boxma, maar er is vrijwel zeker geen verband met 'onze' Boxma's. Toch wil ik dit ooit nog eens verder onderzoeken. Bij de doop bijvoorbeeld van Koenraet van der Vaste in de Westerkerk op 4 maart 1707 was een getuige Simon Bockma aanwezig. Dit is waarschijnlijk dezelfde als de meestermeteselaar, en toont dan dus aan dat deze naam Boxma is afgeleid van de naam Bokma.

Familie van Simon is waarschijnlijk ook Alida Boxma, die op 4 september 1744 in Amsterdam een dochter Maria Vrijleng laat dopen.

 

  ml>